Ontmaskerd: exclusieve club advocaten verdient miljoenen met aanklagen van staten

Een kleine groep van internationale advocatenkantoren, arbiters en financiële speculanten wakkert een explosieve toename aan investeringsarbitrage zaken aan die belastingbetalers miljarden Euro’s kost en wetgeving in het publieke belang tegengaat, zo blijkt uit een nieuw rapport van het Transnational Institute en Corporate Europe Observatory.

Profiting from Injustice ontmaskert een geheimzinnige maar ontluikende juridische sector die opereert in het belang  van multinationals, en ten koste van belastingbetalers, het milieu en mensenrechten. Advocatenkantoren en arbiters, die miljoenen verdienen aan investeringsgeschillen tussen bedrijven en overheden, zijn actief in het bevorderen van nieuwe zaken en lobbyen tegen hervormingen van het stelsel in het publieke belang.

“De vermeende rechtvaardigheid en onafhankelijkheid van investeringsarbitrage is een illusie,” aldus Cecilia Olivet van het Transnational Institute, een van de auteurs van het rapport. “Overheden zijn met handen en voeten gebonden, terwijl multinationals profijt hebben van een inherente pro-business vooringenomenheid. Een aantal advocatenkantoren raadt zakelijke klanten aan om overheden aan te klagen, terwijl top arbiters hun invloed gebruiken om investeerders-vriendelijke regels veilig te stellen en een stroom aan miljoenen kostende rechtszaken te stimuleren. “

In het rapport staat uitgelegd hoe investeringsarbitrage, dat oorspronkelijk enkel was voorbehouden aan zaken van onteigening, de laatste jaren enorm is gegroeid. In 2011 waren er 450 arbitrage zaken, vergeleken met 38 zaken in 1996. De hoeveelheid geld die er in om gaat is eveneens fors gestegen, een arbitragezaak kost gemiddeld 8 miljoen USD, in sommige gevallen oplopend tot 30 miljoen USD.

De sector wordt gedomineerd door een kleine groep van advocatenkantoren en vooraanstaande arbiters, vrijwel allemaal gevestigd op het Noordelijk Halfrond. Drie toonaangevende advocatenkantoren – Freshfields (UK), White & Case (US) en King & Spalding (US) – zeggen betrokken te zijn geweest bij maar liefst 130 investeringsverdragzaken in 2011. Slechts 15 arbiters – de ‘inner mafia’-  hebben 55% van alle investeringsverdragzaken besloten.

Een groot aantal arbiters treedt eveneens op als consulent, werkt in de academische wereld, als overheidsadviseur, als lobbyist en treedt op in de media. Een aantal heeft sterke persoonlijke en zakelijke banden met het bedrijfsleven.  Dit geeft hen enorm veel invloed in het systeem, en zij hebben gevestigde belangen in het behoud ervan.

In het rapport komt ook een nieuw aspect uit de international arbitragesector aan bod: financiering door derden. Beleggingsfondsen zoals Burford (US) en Juridicia (UK) speculeren meer en meer op arbitragezaken. Men leent geld aan bedrijven om overheden aan te klagen en vangt tussen de 20 en 50% van het toegewezen vonnis (award).

Een goed voorbeeld van een investeerder-staat geschil is de zaak die tabaksgigant Philip Morris tegen Uruguay en Australië heeft aangespannen vanwege gezondheidswaarschuwingen op sigarettenverpakkingen; en de Zweedse energie multinational Vattenfall (eigenaar van Nuon) die 3.7 miljard dollar eist van Duitsland vanwege de beslissing om geleidelijk een einde te maken aan de productie van kern energie.

Enkele overheden hebben inmiddels acties tegen investeringsarbitrage ondernomen. De Australische overheid neemt niet langer investeerder-staat geschillenbeslechting provisies op in haar handels – en investeringsverdragen. Bolivia, Ecuador en Venezuela hebben een aantal investeringsverdragen beëindigd; en Zuid Afrika heeft onlangs aangegeven geen nieuwe investeringsverdragen meer aan te gaan of oude te hernieuwen als deze zijn verlopen.

“De huidige toepassingen van het investeringsarbitrage systeem  hebben de inherente onrechtvaardigheden in het hart van het internationale investeringsregime aan de oppervlakte gebracht.” stelt Pia Eberhardt van Corporate Europe Observatory, co-auteur van het rapport. “Overheden zouden moeten weigeren investeringsovereenkomsten te tekenen, clausules die bedrijven in staat stellen staten aan te klagen er uit moeten laten, of op zijn minst moeten verzekeren dat beleidsvoering in het publieke belang, zoals de bescherming van het milieu en mensenrechten, niet ter discussie staat.”


Contact:

Hilde van der Pas, Transnational Institute, 020-6626608 (tijdens kantooruren) of via hildevanderpas@tni.org
Pia Eberhardt, Corporate Europe Observatory, +49 221 789 67810 pia@corporateeurope.org
Cecilia Olivet, Transnational Institute, +63 9174690163  ceciliaolivet@tni.org
Nick Buxton, Transnational Institue,  +1 5309023772 nick@tni.org

The report can be downloaded in PDF or read on our website.